Gemeente Gemeente Kaprijke

Belasting op leegstaande woningen en gebouwen vanaf 2020

Het gemeentebestuur wil vermijden dat woningen en gebouwen op het grondgebied langdurig leeg staan. Daarom stelt de gemeenteraad een belastingreglement vast op leegstand van woningen en gebouwen.

Voorwaarden

§ 1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders van een zakelijk recht zijn, zijn ook deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. De instrumenterende ambtenaar stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar.

Hoe aanvragen

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig het gemeentelijk reglement met betrekking tot het register leegstand. Ook de definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in hetzelfde reglement met betrekking tot het register leegstand.

§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

Kostprijs

Deze belasting bedraagt 1 100 euro voor een woning of gebouw en 165 euro voor een kamer.

Indien een woning, gebouw of kamer meerdere jaren in de het register staat opgenomen, dan geldt volgende formule (dus vanaf het tweede jaar in de het register): de te betalen belasting van het voorgaande aanslagjaar wordt vermeerderd met respectievelijk 550 euro (gebouw), 550 euro (woning) of 82,50 euro (kamer) per bijkomende periode dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat. De heffing kan nooit hoger zijn dan het bedrag geheven tijdens het vierde aanslagjaar. Bijkomend aan deze vermeerdering worden de bedragen, vermeld in dit artikel, gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van mei 2013. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer. De bedragen worden afgerond tot op 2 decimalen.

Bij overdracht van het zakelijk recht, is voor het eerste aanslagjaar waarop de belasting verschuldigd is, het basisbedrag van de belasting in het eerste aanslagjaar van toepassing.

Uitzonderingen

Vrijstelling van de belasting

§ 1. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

1. De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt slechts voor de woning die door de belastingplichtige het laatst bewoond werd vooraleer zijn of haar opname in een erkende ouderenvoorziening of psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt slecht voor maximaal drie aanslagjaren, te rekenen vanaf de datum van opname in de voorziening.

2. De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor zover de belastingplichtige niet zelf de oorzaak is van de gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt slechts voor maximaal drie aanslagjaren, te rekenen vanaf de datum van de gerechtelijke beslissing.

3. De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende belasting na het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan: a. vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert; b. Vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.

§ 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

1. Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.

2. Geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.

3. Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren, te rekenen vanaf het ogenblik van de ramp of de vernieling.

4. Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren, te rekenen vanaf het ogenblik van de verzegeling. Van deze vrijstelling kan geen gebruik gemaakt worden na het moment dat het gebruik van het gebouw of de woning terug mogelijk wordt.

5. Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt slechts voor maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren, te rekenen vanaf de datum van het verlenen van de vergunning.

6. Gerenoveerd wordt op basis van een door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde renovatienota met minstens volgende elementen: a. een plan of schets en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte; b. een overzicht van de niet stedenbouwkundig vergunning plichtige werken die uitgevoerd worden; c. een raming van de kosten, vergezeld van offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken; d. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd. Deze vrijstelling geldt slechts voor maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren, mits elk van die keren voldaan is aan de voorwaarden. Telkens moet aangetoond worden dat de werken reeds in uitvoering zijn volgens de goedgekeurde, originele renovatienota.

§3 Indien de belastingplichtige de leegstand laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.

§4 De totale vrijstellingstermijn kan nooit langer dan 4 jaar duren, ook niet in het geval dat beroep gedaan wordt op meerdere of opeenvolgende vrijstellingen. Een uitzondering op deze totale maximumduur wordt gemaakt voor de vrijstelling vermeld onder §2, 1°, §2, 2° en §3.

§5 De belastingplichtige die gebruik wenst te maken van een vrijstelling van de belasting moet hiervoor zelf per beveiligde zending de nodige bewijsstukken indienen aan de beheerder van het leegstandsregister.

§6 Elke vrijstelling wordt slechts toegekend voor het betreffende aanslagjaar. De zakelijk gerechtigde die verschillende keren op dezelfde grond van een vrijstelling gebruik wil maken, moet voor elk aanslagjaar een nieuwe aanvraag doen. Daarbij zal telkens geëvalueerd worden als aan alle voorwaarden voldaan wordt.