aaaPrintvriendelijke versiePDFrss

Historiek

De naam Kaprijke verwijst naar het Gallo-Romeinse ‘Capriacum’, wat goed van Caprius betekent. Kaprijke zou de laatste Romeinse nederzetting voor de zeescheldepolders geweest zijn. Toen de Romeinen hier in de vijfde eeuw verdwenen – op de vlucht voor de invallen van de Germanen - bleef de streek eenzaam achter. Deze verlatenheid duurde tot in de twaalfde eeuw.

Onder het bewind van Johanna Van Constantinopel, de Gravin van Vlaanderen, veranderde dat. Zij vaardigde stadsrechten uit om een bevolking aan te trekken die er de woeste grond kon cultiveren. Hierdoor kwam een bloeiende lakennijverheid op gang. Het meest opvallende en typerende van Kaprijke, namelijk het Plein en de Dries, doen nog steeds terugdenken aan deze bloeiende lakennijverheid.

Plein
Klik om te vergroten

Oorspronkelijk was de dorpsweide driemaal zo groot als het huidige plein. Hier vond je toen droogramen voor lakens, waterputten voor de volders of lakenbereiders en werkplaatsen voor de ververs. De zogenaamde ‘Dries’ is nu de brede Voorstraat. In deze straat vind je nog de kleine doorgangen tussen de huizen naar de achterliggende weiden. Aan de bloeiende lakennijverheid kwam een einde door de 16de eeuwse godsdienstoorlogen.

Niet alleen de wolhandel en de daaruit voortvloeiende textielnijverheid gaven Kaprijke een meer dan lokale bekendheid. Ook de bekende appelsoort “groeningen” werd in de late middeleeuwen in Kaprijke gekweekt. Deze appeltjes waren destijds zeer gegeerd en werden als een ware lekkernij beschouwd. Ze dienden zelfs als vorstelijk relatiegeschenk. Vandaar ook de Kaprijkse spotnaam… Groeningen!

De meest waarschijnlijke verklaring voor de naam Lembeke is klei of leemachtige bodem. Lembeke is niet zo oud als Kaprijke. Pas vanaf de 12de eeuw is er sprake van. Vroeger was Lembeke bijna geheel heide en water, wat de streek weinig geschikt maakte om er zich te vestigen. In tegenstelling tot de landbouw bloeide de lakennijverheid in de 14de eeuw ook in Lembeke.

Ook Lembeke bleef echter niet gespaard van godsdienstberoertes in de tweede helft van de 16de eeuw.

Vanaf de 17de eeuw kreeg Kaprijke een meer agrarisch karakter. Het levensonderhoud kwam op de eerste plaats. Epidemies, een gebrek aan medische kennis en hygiëne, een hoog sterftecijfer en voorbijtrekkende legerbendes maakten het leven er niet gemakkelijker op.

Het eind van de 18de eeuw bracht Kaprijke onder Frans bestuur, wat de start van de industriële omwenteling, mechanisatie, werkloosheid en verpaupering betekende.