Aansluitingscomplex expresweg en omleidingsweg Lembeke
Het Agentschap Wegen en Verkeer plant in Kaprijke de aanleg van:
- een aansluitingscomplex op de N49 (expresweg)
- een omleidingsweg rond Lembeke
1. Kennisgeving plan-MER
De aftrap in deze realisatie is gegeven door de dienst Milieueffectenrapportage van het Departement Leefmilieu-, Natuur- en Energiebeleid met de kennisgeving van een plan-MER. De kennisgeving is slechts een eerste stap en maakt vooral duidelijk welk project er gepland is, wat het MER zal onderzoeken en hoe dit moet gebeuren. In deze fase kunnen nog geen bezwaarschriften ingediend worden. Dit kan pas tijdens het openbaar onderzoek dat georganiseerd zal worden naar aanleiding van de vergunningsaanvraag. De terinzagelegging van de kennisgeving liep van 1 tot en met 30 september 2010. Lotus Bakeries, de milieuraad en de verkeerscommissie dienden hun opmerkingen en aanbevelingen in bij het gemeentebestuur. Ook burgers konden hun opmerkingen indienen bij de dienst MER.
De gemeenteraad maakte onderstaande opmerkingen en advies over aan de dienst MER:
Algemeen
Het gemeentebestuur is verheugd het kennisgevingsdossier van het Plan-MER te mogen ontvangen en vast te stellen dat er voortgewerkt wordt aan dit belangrijke dossier.
Meer bepaald ondersteunt het gemeentebestuur:
- het voornemen om de N49 om te vormen tot autostrade A11/E34 en de
gelijkgrondse kruispunten weg te werken, teneinde een vlotte verbinding tussen
Antwerpen en de Kust mogelijk te maken en het gevaar op ongevallen ter hoogte
van de huidige kruispunten te beperken;
- het voornemen om ter hoogte van Kaprijke een aansluitingscomplex te
realiseren, waardoor de verbinding met het onderliggende wegennet en de
bereikbaarheid van het hinterland gegarandeerd blijft en een barrière tussen de
deelgemeenten Kaprijke en Lembeke vermeden wordt;
- het voornemen om een omleidingsweg rond de dorpskom van Lembeke te realiseren,
teneinde deze dorpskom te ontlasten van de reeds bestaande en (ten gevolge van
het aansluitingscomplex) toenemende verkeersdruk en teneinde de ontsluiting van
het historisch gegroeid bedrijf Lotus Bakeries te verbeteren;
- het voornemen om voor beide deelplannen (aansluitingscomplex te Kaprijke en
omleidingsweg te Lembeke) één gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) te
maken, alsook één milieueffectenrapport (MER), ofschoon dit voor de
omleidingsweg te Lembeke wettelijk gezien niet strikt noodzakelijk is.
Tekstuele opmerkingen
2.1. Op p. 25 van de kennisgeving wordt vermeld: “Om dit effect te milderen, wordt er in het MER ‘Ombouw N49 tot autosnelweg vak Zelzate-Knokke’ voorgesteld de omleidingsweg rond Lembeke te milderen.”: vermoedelijk wordt bedoeld: “… de omleidingsweg rond Lembeke te realiseren.”
2.2. Op p. 50 van de kennisgeving, bij figuur 5-3, wordt vermeld “algemene en bijzondere plannen van aanpak”, waar dit “algemene en bijzondere plannen van aanleg” dient te zijn.
Inhoudelijke opmerkingen
3.1. Op p. 11 van de kennisgeving is er sprake van een vijfjaren programma om de gevaarlijke punten en wegvakken in Vlaanderen aan te pakken, met een budget van 100 miljoen euro per jaar, waarbij het huidige project wordt aangepakt in 2011. Het gemeentebestuur is vragende partij voor een zo snel mogelijke uitvoering van het project, maar is van oordeel dat, onder meer rekening houdende met het plannings- en vergunningsproces dat nog dient doorlopen te worden, een uitvoering in 2011 niet realistisch is. De uitvoering van het project werd reeds meermaals verschoven in de tijd : het is passend een meer realistische timing aan te geven en vervolgens deze timing te respecteren.
3.2. Op p. 52 van de kennisgeving wordt aangegeven dat voor de capaciteitsbeoordeling van het kruispunt N456-N49 rekening wordt gehouden met een ingeschatte groei van het verkeer van 10%. De vraag stelt zich of deze “ingeschatte groei” wetenschappelijk onderbouwd is en voldoende realistisch is (lees: niet te laag ingeschat is). Volgens het streefbeeld zullen de thans nog gelijkgrondse kruispunten tussen Kaprijke en Zelzate op termijn verdwijnen. Bij de capaciteitsbeoordeling en bij het beoordelen van de milieu-effecten van de verschillende type-oplossingen voor de aanpak van het kruispunt N456-N49 dient hiermee tevens rekening gehouden te worden en dient derhalve de te verwachten toename van het verkeer ter hoogte van dit kruispunt meer realistisch en meer onderbouwd benaderd te worden.
3.3. Op p. 66 e.v. van de kennisgeving worden 3 te onderzoeken uitvoeringsalternatieven voor het aansluitingscomplex te Kaprijke weergegeven.
Met betrekking tot het alternatief 1 (concept met verlaagde N49 (Hollandse complex)) wordt enkel geopteerd voor een VRI (verkeersregelingsinstallatie) “aangezien de varianten met rotondes in dit geval geen meerwaarde bieden en bovendien een groter ruimtebeslag hebben”. Tegenstrijdig hiermee is op p. 94 van de kennisgeving sprake van de “N49 verlaagd in tunnel onder de Vaartstraat en eventueel een rotonde er bovenop”. Het gemeentebestuur is van oordeel dat het verlagen van de N49 in een tunnel een optie is die grondig moet overwogen worden en qua milieueffecten evenwaardig dient vergeleken te worden met de andere opties, waarbij alle mogelijke inrichtingen van het – in dat geval – gelijkgrondse kruispunt dienen onderzocht te worden, hetzij met één of meerdere VRI’s, hetzij met één of meerdere rotondes.
Het gemeentebestuur kan zich niet van de indruk ontdoen dat in het plan reeds een lichte voorkeur wordt uitgedrukt voor het alternatief 2 (halfklaverbladoplossing), of althans dat dit alternatief reeds beter is uitgewerkt, terwijl het precies tot de essentie van het plan-MER behoort om alle alternatieven, in hun verschillend mogelijke versies, grondig en uitgebreid aan elkaar af te wegen op basis van de verschillende disciplines.
3.4. Op p. 67 van de kennisgeving wordt bij uitvoeringsalternatief 2 vermeld dat de beide parallelwegen niet op de rotonde maar op de N456 worden aangesloten. De figuren 7-9 en 7-10 zijn evenwel op dat vlak niet éénduidig. Op figuur 7-9 wordt de parallelweg aan de zijde richting Antwerpen klaarblijkelijk wél aangesloten op de rotonde, terwijl deze in de figuur 7-10 (alternatieven fietstunnel) wordt aangesloten op de N456. Hierover dient meer duidelijkheid gebracht te worden en het behoort tot het onderzoek in het MER de beide opties aan elkaar af te wegen.
3.5. Op p. 63 van de kennisgeving worden inzake de locatie-alternatieven voor de omleidingsweg te Lembeke vier scenario’s weerhouden (scenario’s 1,2, 5 en 6), waarbij er telkens twee opties worden weerhouden, respectievelijk voor de aantakking aan de bestaande N456 ten noorden van de kruising met de Kerkstraat (scenario’s 1 en 5) en voor de aantakking ten zuiden ervan (scenario’s 2 en 6).
Het gemeentebestuur wenst in dat verband te wijzen op de vergadering van de Provinciale Auditcommissie waarop de startnota met betrekking tot de omleidingsweg te Lembeke werd goedgekeurd en waarop werd besloten dat er (nog slechts) twee scenario’s verder dienden onderzocht te worden, met name de scenario’s 1 en 5.
Het gemeentebestuur acht het voor de verdere besluitvorming alleszins noodzakelijk dat deze twee verschillende opties ten noorden van de kruising met de Kerkstraat grondig aan elkaar worden afgewogen (d.w.z. scenario’s 1 en 5), maar is enigszins verrast dat nu wordt voorgesteld om toch ook de scenario’s 2 en 6 opnieuw bij het onderzoek te betrekken.
Het gemeentebestuur is op het eerste gezicht van oordeel dat de scenario’s 2 en 6 weinig meerwaarde bieden ten opzichte van de scenario’s 1 en 5, maar heeft anderzijds geen bezwaar dat in het milieueffectenrapport de vier in plaats van de twee scenario’s worden onderzocht, teneinde met voldoende kennis van zaken verder te kunnen oordelen.
3.6. Op p. 68 e.v. van de kennisgeving worden de uitvoeringsalternatieven van de omleidingsweg te Lembeke beschreven. Het gemeentebestuur vindt het belangrijk dat hierbij vooral de volgende aspecten grondig worden onderzocht:
- de wijzen van aansluiting op de bestaande N456: dit is reeds opgenomen in de kennisgeving, doch in functie van de verkeersveiligheid dienen alle mogelijke oplossingen grondig afgewogen te worden, waarbij dient gestimuleerd te worden dat het doorgaand verkeer enkel nog gebruik maakt van de omleidingsweg zodat de bestaande doortocht van de N456 door Lembeke-dorp nog enkel gebruikt wordt voor bestemmingsverkeer;
- de wijze waarop de kruising met de Kerkstraat zal ingericht worden: dit is als dusdanig niet precies aangegeven in het plan en de effecten van de verschillende alternatieven dienen onderzocht te worden;
- de wijze van ontsluiting van de site van Lotus Bakeries naar de nieuwe omleidingsweg te Lembeke: het is het streefdoel dat minstens het vrachtverkeer (en misschien ook het personenwagenverkeer) van en naar Lotus Bakeries zal ontsloten worden via de omleidingsweg; de wijze waarop deze ontsluiting zal gebeuren en de wijze waarop deze ontsluiting zal aantakken op de toekomstige omleidingsweg is nagenoeg niet, hooguit zeer summier, beschreven in het plan en het verdient derhalve aanbeveling dit beter uit te werken en de effecten van de verschillende uitvoeringsalternatieven grondig te bestuderen;
- de wijze waarop de bestaande kerkwegel (verbinding Kerkstraat-Kaprijkestraat) zich zal verhouden tot de nieuwe omleidingsweg en meer in het bijzonder hoe de kruising tussen beide op een verkeersveilige zal geregeld worden, alsook daarmee samenhangend de wijze waarop deze bestaande kerkwegel zich zal verhouden tot de voorziene ontsluiting van Lotus Bakeries naar de omleidingsweg (zie hierboven) : de uitvoeringsalternatieven dienen vooreerst beter omschreven te worden en de effecten ervan dienen aan elkaar afgewogen te worden;
- de vraag of het al dan niet aangewezen is om de omleidingsweg te voorzien van een enkel of dubbel fietspad: een fietspad is thans niet opgenomen in het typedwarsprofiel van de omleidingsweg; zie p. 69;
- de vraag of er al dan niet (geheel of gedeeltelijk) openbare verlichting wordt voorzien op de omleidingsweg en, zo ja, welke type verlichting en, indien gedeeltelijk, op welke plaatsen: dit wordt thans in het midden gelaten in het plan, doch het is niet duidelijk of dit in het MER zal onderzocht worden;
3.7. Op p. 72 van de kennisgeving wordt vermeld dat de milieueffecten ten gevolge van de werkzaamheden in de aanlegfase niet of slechts subsidiair zullen onderzocht worden (op p. 85 worden enkel de mogelijke verkeerseffecten summier vermeld). Het gaat hier evenwel om voor de gemeente Kaprijke zéér ingrijpende werkzaamheden die een geruime tijd zullen duren, terwijl ondertussen uiteraard het economische en sociale leven in de gemeente Kaprijke (met zijn twee onderscheiden deelgemeenten) moet kunnen blijven functioneren. Het gemeentebestuur is dan ook van oordeel dat de milieueffecten die zullen optreden tijdens de aanlegfase tevens in kaart dienen gebracht te worden en er in het MER evenzeer dient onderzocht te worden hoe deze effecten hetzij kunnen vermeden hetzij kunnen ingeperkt worden (“minder-hinder-maatregelen”).
3.8. Op p. 85 van de kennisgeving worden de referentiesituatie en de geplande situatie beschreven. Bij de beschrijving van de exploitatiefase wordt gerefereerd naar de toestand waarin het plan volledig gerealiseerd is, d.w.z. zowel het aansluitingscomplex te Kaprijke als de omleidingsweg te Lembeke.
Uit de contacten met de bevoegde instanties is gebleken dat beide deelprojecten weliswaar in één MER en in één RUP zullen gepland worden, maar dat het niet zeker is dat zij als één project zullen uitgevoerd worden. Er is integendeel gebleken dat beide deelprojecten met onderscheiden middelen zullen gefinancierd worden (het aansluitingscomplex met de speciale kredieten voor het wegwerken van de gevaarlijke kruispunten en wegvakken en omleidingsweg met de gewone kredieten in het meerjarenprogramma van de Administratie Wegen en Verkeer). Het is derhalve niet uitgesloten dat beide deelplannen niet gelijktijdig maar op een verschillend tijdstip (en als twee onderscheiden projecten) zullen gerealiseerd worden.
Naargelang de chronologie die hierbij zal worden gevolgd, zullen de effecten verschillend zijn.
Meer bepaald bestaat de vrees dat in een eerste fase het aansluitingscomplex te Kaprijke zal gerealiseerd worden, terwijl pas in een (nog niet nader bepaalde) latere fase de omleidingsweg te Lembeke zal uitgevoerd worden.
Het gemeentebestuur is van oordeel dat, zoals trouwens aangegeven in het MER ‘Ombouw N49 tot autosnelweg vak Zelzate-Knokke’, de aanleg van de omleidingsweg te Lembeke noodzakelijk is om de effecten van het aansluitingscomplex te Kaprijke te milderen en dat derhalve de aanleg van de omleidingsweg te Lembeke de aanleg van het aansluitingscomplex te Kaprijke in de tijd dient vooraf te gaan !!!
De afbakening van het milieueffecten-onderzoek, zoals thans in de kennisgeving bepaald, laat niet toe de effecten in te schatten naargelang de verschillende wijzen van chronologie waarmee de beide deelprojecten in werkelijkheid zullen uitgevoerd worden.
Het is daarom voor het gemeentebestuur absoluut noodzakelijk dat in het onderzoek met betrekking tot de zogenaamde “geplande situatie” niet alleen wordt uitgegaan van de toestand dat beide deelprojecten zullen uitgevoerd zijn, maar dat evenzeer de effecten wordt onderzocht op het ogenblik dat slechts één van beide deelprojecten zullen uitgevoerd zijn.
Meer in het bijzonder is de gemeente Kaprijke de stellige overtuiging toegedaan dat, ingeval de aanleg van het aansluitingscomplex de aanleg van de omleidingsweg zou voorafgaan, de nadelige effecten veel groter en aanzienlijker zullen zijn dan in de geprefereerde hypothese dat eerst de omleidingsweg te Lembeke zou gerealiseerd worden.
M.a.w. de verschillende effecten afhankelijk van de chronologie van uitvoering van de beide deelprojecten dienen alleszins in het onderzoek terdege betrokken te worden, opdat hierover met voldoende kennis omtrent deze effecten verdere beslissingen zouden kunnen genomen worden !!
3.9. Op p. 90 van de kennisgeving wordt onder de discipline Mens-Verkeer, zeer algemeen, aangegeven dat aandacht zal besteed worden aan het ontwikkelen van “milderende maatregelen”. Het uitwerken van de milderende maatregelen is uiteraard afhankelijk van de te verwachten effecten die uit het onderzoek zullen blijken. Toch wenst het gemeentebestuur dat nu reeds, voor de start van het eigenlijke onderzoek, de volgende specifieke aandachtspunten naar voor worden geschoven:
- de invloed van de te verwachten toename van het verkeer dat zich via het aansluitingscomplex komende uit de richting Antwerpen naar Eeklo wil begeven (en omgekeerd) via de verbinding Vaartstraat-Vrombautstraat: zijn de Vaartstraat (grondgebied Lembeke) en voornamelijk de Vrombautstraat in hun huidige inrichting in staat om dit extra verkeer op te vangen en te kanaliseren en/of hoe kunnen de Vaartstraat en voornamelijk de Vrombautstraat beter ingericht worden opdat de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid zouden gegarandeerd blijven: wat zijn de mogelijke alternatieven en/of milderende maatregelen en wat zijn de te verwachten effecten ervan ?
- de invloed van de te verwachten toename van het verkeer langs de Vaartstraat op het grondgebied van Kaprijke en in het centrum van Kaprijke: is de huidige weginfrastructuur in staat om dit extra verkeer op te vangen en te kanaliseren en/of hoe kan deze infrastructuur beter ingericht worden opdat de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid zouden gegarandeerd blijven: wat zijn de mogelijke alternatieven en/of milderende maatregelen en wat zijn de te verwachten effecten ervan ?
3.10. Op p. 91 van de kennisgeving (figuur 11-1) wordt het studiegebied Geluid en Trillingen indicatief weergegeven en op p. 93 worden de meetpunten ten aanzien van de receptor ‘mens’ in kaart gebracht.
Het gemeentebestuur verwacht dat de gevolgen inzake verkeer zich niet alleen zullen voordoen in de kern van de deelgemeente Lembeke, doch ook in de kern van de deelgemeente Kaprijke. Het verdient derhalve aanbeveling om ook één of meerdere meetpunten in de woonkern van Kaprijke te voorzien.
3.11. Op p. 111 van de kennisgeving wordt onder de discipline Mens-Ruimtelijke Aspecten onder de functie “werken” verwezen naar de aanwezigheid van landbouw en de verminderde beschikbare landbouwoppervlakte in de omgeving. Het gemeentebestuur vraagt dat de landbouweffecten van het plan grondig en terdege worden onderzocht. Volgens de huidige inzichten van het gemeentebestuur zullen de landbouweffecten vooral van belang zijn bij de keuze tussen de verschillende locatie- en uitvoeringsalternatieven van de omleidingsweg te Lembeke. De verschillende scenario’s zullen voor de aanwezige landbouwbedrijven verschillende gevolgen en effecten hebben, zodat deze gevolgen en effecten dienen beschreven te worden zodat hiermee tevens rekening kan gehouden worden bij de verdere besluitvorming.
3.12. Op p.111 van de kennisgeving wordt de “impact op de ruimtelijke samenhang en barrièrewerking” als een effectgroep beschreven. Het gemeentebestuur wenst het belang van een goede ruimtelijke samenhang tussen haar beide deelgemeenten (Kaprijke en Lembeke) te benadrukken. Beide deelgemeenten zijn op diverse vlakken wederzijds op elkaar aangewezen en de dienstverlening van de gemeente bevindt zich gelijkwaardig in beide deelgemeenten. Er dient dus ten allen prijze vermeden te worden dat er een soort barrière optreedt tussen de beide deelgemeenten. Bij de beoordeling van het plan dient met de (positieve en/of negatieve) effecten op dat vlak voldoende rekening te worden gehouden.
3.13. Meer in het algemeen vraagt de gemeente Kaprijke dat er bij het verdere onderzoek voldoende aandacht wordt geschonken aan volgende thema’s:
- de gevolgen van het project voor de verkeersafwikkeling in de deelgemeente Kaprijke, inzonderheid in de Vaartstraat te Kaprijke en in het dorpscentrum van Kaprijke (zie ook punt 3.9.2de lid hierboven);
- de gevolgen van het project voor de zwakke weggebruikers (voetgangers en fietsers in het bijzonder);
- de gevolgen van het project voor het (zwaar) landbouwverkeer;
Het gemeentebestuur vraagt tenslotte om bij de verdere besluitvorming en bij de vergaderingen die zullen voorzien worden in het kader van het project in het algemeen en in het kader van het MER in het bijzonder, maximaal betrokken te blijven.
2. Tijdens het verdere verloop van de procedure is nog inspraak en bijsturing mogelijk via inzagemomenten, openbare onderzoeken…
Meer informatie? www.mervlaanderen.be

